Korte update: Marit heeft recent een kort artikel afgerond over de verborgen publieke tuinen in het Spijkerkwartier. Het is binnenkort te lezen op de website. Aansluitend hierop is er aanstaande vrijdag de 8e een wandeling door het spijkerkwartier waar we stilstaan bij deze tuinen. Verder werkt Marit aan haar onderzoek over de gelaagdheid van de Steenstraat: Hiervoor is ze op zoek naar mensen die de Steenstraat goed kennen. Mensen die er hebben gewoond, gewerkt of er een persoonlijke, intieme ervaring bij hebben. Ben jij of ken jij zo iemand? Neem dan contact op via maritvdijk@hotmail.com

De publieke tuinen van het Spijkerkwartier; voeten in de aarde. Met dank aan Esther Peek, voor de informatie.

 

Een hernieuwde interesse voor stedelijke tuinen, community's en lokale voedselbronnen leidt tot de herpopularisering van de community garden; een stedelijk stuk grond waar collectief voor gezorgd wordt. Een dergelijk stuk groen kan zijn omgeving verrijken als plaats om tot rust te komen, door te voorzien van voedsel en bij te dragen aan de sociale structuur. Deze brengen een gelaagdheid aan in een stad waar anders stedelijk beleid van bovenaf de toon voert. In het Spijkerkwartier in Arnhem ligt al ruim dertig jaar een tiental verborgen tuinen, de oorspronkelijke community gardens.

 

Flower power

Maar eerst terug naar de roots van deze tuinen. In de jaren zeventig werd de stad overspoeld door auto’s. Critici vonden dat de mens vervreemdde van de natuur, en gingen tegen deze ontwikkeling in. Zo was er in 1983 veel weerstand voor de aanleg van een parkeerplaats achter de Parkstraat, na de sloop van een lederwarenfabriek. Buurtbewoners opperden dat een tuin een betere invulling zou zijn van de ruimte. De invulling van de tuin werd collectief bepaald aan de hand van een bewonersenquête en een twintigtal actieve vrijwilligers. Uit een inventarisatie kwam als gemene deler naar voren dat de tuin er voor de natuur moest zijn, een ecologische tuin met een ontspannende en educatieve functie.

Gedurende anderhalf jaar werd er vervolgens aan de opbouw van de tuin gewerkt. Met de stenen van de vergane muziektempel, de Stokvishal, werd met de hand reliëf in de ecotuin geboetseerd. Hoogte en diepte, natte en droge grond, schaduw en zon, er is allemaal rekening mee gehouden bij de aanleg. Tevens werden er, omdat er diverse plantensoorten werden geplant, ook diverse grondsoorten gebruikt boven op de oorspronkelijke grondlaag. Naast flora is er ook rekening gehouden met fauna, door middel van een rooster voor de uitgang van de tuin, zodat de padden zichzelf niet te pletter laten rijden en er is een mystiek uitziende vleermuistoren. In 1986 werd na anderhalf jaar hard werken de tuin afgerond. Na het succes van deze tuin ontstonden in de directe nabijheid van deze tuin nog enkele andere ‘buurtnatuurtuinen’, zoals de de Achtertuin in 1985 en de Watertuin in 1991.

 

Vaste grond onder de voeten

Met de nieuwe diverse en omvangrijke groengebieden was er ook behoefte aan een ander type organisatie. Vroeger moesten de bewoners de gemaakte kosten vergoeden, tegenwoordig krijgen de tuinen krijgen een kleine bijdrage van het Wijkplatform om in het onderhoud van de tuinen te voorzien. Sinds 1990 vormt de Groengroep Spijkerkwartier het overkoepelende orgaan dat zorgt voor het openbaar groen in de wijk. Per tuin zijn er een aantal vrijwilligers, in wisselende aantallen die bijdragen aan het onderhoud van de tuin.

 

De vruchten plukken

De tuinen zijn niet makkelijk toegankelijk, je moet ze weten te vinden, of ze gaan zoeken. Enkele  tuinen zijn, ondanks dat dat technisch mogelijk is, dan ook niet met elkaar verbonden zodat de bezoeker verplicht wordt stil te staan in de tuin. De bewoners hebben een sleutel van het hek van de tuin, zodat de ruimte naar gelieven geopend of afgesloten kan worden. De tuin is dan ook wel publiek, maar niet openbaar. Enkel dankzij de sociale controle en inzet van de buurt kunnen deze groene juweeltjes blijven bestaan. De visie en regels van de tuin kennen een historische achtergrond en kennen een lokaal fundament vanuit een gemotiveerd collectief. De community van de tuin is dan ook divers, en intransparant. Binnen community studies worden community's vaak geclassificeerd op zware gemeenschappen (sterk betrokken, emotioneel verwant) en lichte gemeenschappen (betrokken). Voor de tuinen in Arnhem is er allereerst de ‘zware’ gemeenschap van vrijwilligers en de groengroep. Vervolgens zijn er de omwonenden, die graag gebruik maken van de tuin en tevens een sterk gevoel hebben van bezit van deze tuin, laten we dit de middelzware groep noemen. Tot slot is er nog een lichte gemeenschap; de buurtbewoners, en tuinliefhebbers die van de tuin houden. De ruimte wordt dus geclaimd door diverse groepen met andere verantwoordelijkheden en andere behoeften van de tuin. De historische visie wordt echter nog steeds gehandhaafd door de 'zware' gemeenschap en deze wordt meestal door de anderen gerespecteerd. Dit continu collectief omgaan met een gedeelde ruimte biedt niet alleen een mooiere en betere leefomgeving, maar ook een betere buurt.